Bel ons 050 - 309 6111

Lijfrente- of banksparen?

Bij de huidige fiscale wetgeving is het aantrekkelijk om ‘met fiscale aftrek’ voor je oude dag te sparen. Dat gebeurt door lijfrente- of bankspaarpremie af te trekken en als je uitkeringen ontvangt belasting te betalen. Dit is extra aantrekkelijk als je de premie nu af trekt tegen een hoog tarief en te zijner tijd tegen een laag (bejaarden)tarief belasting betaalt over de uitkeringen. Je leest nu meestal over banksparen, maar lijfrente- en bankspaarpremie worden fiscaal hetzelfde behandeld.

Wat zijn eigenlijk de verschillen tussen de beide spaarproducten?

Vroeger hadden we alleen de lijfrente, die sloot je af bij een verzekeraar. Je betaalde een flinke koopsom ineens of je stort elk jaar een bedrag aan premie. Met het in deze verzekering opgebouwde kapitaal worden lijfrente-uitkeringen aangekocht. Bij vroeg overlijden vervalt het kapitaal aan de verzekeraar. Daar staat tegenover dat de verzekeraar het risico loopt dat je 100 jaar wordt.

Vanaf 2008 kan je kiezen voor een soortgelijk systeem, maar dan bij een bank, dit wordt banksparen (ook wel: bancaire lijfrente of lijfrentespaarrekening) genoemd. Je bepaalt zelf hoeveel je inlegt. Dit geld rendeert met het afgesproken rentepercentage, net als op een gewone spaarrekening. Toch werkt banksparen niet hetzelfde als sparen op een gewone spaarrekening bij een bank. De bankspaarrekening is namelijk een geblokkeerde rekening. Je kunt alleen geld opnemen als dat fiscaal ook mogelijk is: bij langdurige arbeidsongeschiktheid en verder ontvang je uiterlijk vanaf vijf jaar na je AOW-datum gelijkmatige uitkeringen tot de rekening leeg is. Bij overlijden gaat het resterende saldo naar de erfgenamen.